Dertig jaar Welzijnswet

De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bestaat vandaag exact dertig jaar.

En daarmee viert ook het beroep, de preventieadviseur, zijn dertigste verjaardag.

Maar was dat in 1996 alleen een nieuwe naam? Gelukkig niet.

Jarenlang hadden bedrijven een veiligheidschef. De opdracht was duidelijk: machines veiliger maken, ongevallen voorkomen en toezien op de naleving van de veiligheidsvoorschriften.

Met de Welzijnswet veranderde niet alleen de naam, maar vooral de visie.

Veiligheid werd welzijn op het werk.

Plots ging het niet alleen meer over afschermingen, helmen en procedures, maar ook over ergonomie, arbeidshygiëne, psychosociale risico’s, gezondheid en de manier waarop werk georganiseerd wordt.

Dat was een enorme stap vooruit.

Maar vandaag stelt zich een andere vraag. Staan we, dertig jaar later, niet opnieuw op een kantelpunt?

De wereld van 1996 bestaat niet meer.

AI, robotisering, cyberveiligheid, klimaatverandering, extreem weer, vergrijzing, arbeidskrapte, mentale belasting, thuiswerk en complexe ketens van aannemers…

Ze veranderen het vak ingrijpend.

Misschien moet men zich daarom niet alleen afvragen wat een preventieadviseur doet, maar vooral welke preventieadviseur we de komende dertig jaar nodig hebben.

Nog steeds de specialist die wetten uitlegt?

Of steeds meer een verbinder, coach, ontwerper van veilige systemen, data-analist en aanjager van een sterke veiligheidscultuur?

De geschiedenis leert één ding.
De functie is nooit af.

Ze evolueert mee met de maatschappij.

En misschien is de belangrijkste opdracht van een preventieadviseur, vandaag nog meer dan dertig jaar geleden:

Niet wachten tot de wet verandert, maar vooruitlopen op de risico’s van morgen.

Bron: Bart Vanraes