‘Make a duck’ en andere veiligheidsspellen

“Maak een eend.”

Dat was de volledige procedure die gevolgd moest worden tijdens één van de spellen gisterenavond. Drie woorden, zes legosteentjes, twee minuten. Een heel eenvoudige opdracht. Het kon nauwelijks eenvoudiger worden.

En toch was dit het resultaat. Zeventien eenden, allemaal verschillend, allemaal herkenbaar, maar geen enkele precies hetzelfde. Allemaal verdedigbaar en op een bepaalde manier allemaal even “correct” als “onjuist”, omdat er geen regels waren over de uiteindelijke uitkomst.

Dat is hoe complexiteit eruitziet. Niet omdat de taak zelf ingewikkeld is, maar omdat mensen anders interpreteren, prioriteren en uitvoeren. Zelfs een eenvoudige instructie wordt variabel zodra mensen hem interpreteren, keuzes maken en handelen.

Dus wanneer de uitkomsten verschillen, is de vraag niet altijd: “Waarom volgden mensen de procedure niet?”

Soms zijn de betere vragen:
“Wat lieten we open voor interpretatie?”; “Waarom was het logisch dat iedereen deed wat ze deden, gezien de context?”; “Begrepen we echt de context en de complexiteit van de taak?”; “Waren we echt op één lijn over het doel?”; “Was er genoeg begeleiding?”

Complexiteit zit niet altijd in de beschreven taak zelf. Soms verschijnt het in de ruimte tussen instructie en uitvoering. En die ruimte is waar afstemming, communicatie en leren echt belangrijk zijn. Sensemaking, een duidelijk doel en geleide aanpassingsvermogen zijn essentieel voor meer organisatorische veerkracht.

Thanks to Gerben Bekooy & Bart Vanraes